vrijdag 30 september 2011

De internet-utopie

Terwijl op maandagavond 26 september in Oss hoogleraar sociale psychologie Ap Dijksterhuis een lezing hield over de rol van het onbewuste werd op Nederland 2 in Tegenlicht de Wit-Russiche jongeman, filosoof en wetenschapper Evgeny Morozov aan het woord gelaten. De formule van deze aflevering leek op een bepaalde manier op een andere (legendarische) Tegenlicht-uitzending van lang geleden. Op zondag 29 februari 2004 werd toen een andere (iets oudere) jongeman aan het woord gelaten. Die zelf een aantal uitgezochte beeldflarden van commentaar voorzag. Om zijn kijk op de werkelijkheid en samenleving te geven. Toen was het de (toen nog) onbekende filosoof Ad Verbrugge. Die later bekend werd door zijn boek Tijd van onbehagen, zijn inzet voor beter onderwijs (Beter Onderwijs Nederland) en zijn optredens in den lande. Hij was drie keer te gast in de reeks Blikopener speciaal in Oss.


Tegenlicht
Op maandag 26 september werd Evgeny Morozov door de redactie van Tegenlicht in een 'ruimte' geplaatst waar op vier 'wanden' fragmenten uit eerdere, andere Tegenlicht-uitzendingen werden geprojecteerd. Alle fragmenten hadden te maken met internet maar vooral met de manier waarop deze 'ontwikkeling' op de meest uiteenlopende manier 'onze manier van samenleven' al dan niet verandert. Morozov liep door deze projectie-ruimte heen en ging na twee of drie minuten in op hetgeen in de clips werd aangekaart. Uit tweets van Morozov valt op te maken dat hij de fragmenten niet van tevoren had gezien. Iedereen die de uitzending bekijkt zal respect moeten opbrengen voor het feit dat hij op zo'n intelligente manier op voor hem onbekende uitspraken en beelden weet te reageren. Hij is geen domme man; heeft twinkeloogjes. De trouwe fans van dit (enige?) serieuze programma van de Nederlandse tv herkenden veel uitspraken. En worden bevestigd in hun vermoeden dat de Tegenlicht-redactie de tijdgeest goed volgt. Hun motto Welcome to the real world maken ze jaar na jaar waar.

Een knuppel in het hoenderhok?
De visie van Morozov op internet en onze samenleving zijn op zijn minst opmerkelijk te noemen. Je zou het ook kunnen omschrijven als iemand die in de (internet)kerk vloekt. Hij zet zeer stevige vraagtekens bij iedereen die meent dat internet louter goede dingen met zich meebrengt.

Zijn centrale stelling
Internet heeft de potentie om iedereen zeer breed te informeren. Hij vreest dat in de praktijk internet verwordt tot een plek waar vijf miljard mensen hun eigen werkelijkheid vandaan halen. Daarin bevestigd worden. Waardoor iets als een gemeenschap met gedeelde waarden en normen erodeert en velen opgesloten zitten in een zelfgekozen (?) kooi, waarin iedereen alleen toegang heeft tot informatie die aansluit bij de eigen wereld. Vijf miljard narcisten die volstrekt gelukkig zijn omdat ze precies datgene krijgen wat ze verwachten. En keer op keer bevestigd worden in hun eigen werkelijkheid. Lastig als er zoveel écht grote problemen opgelost moeten worden. Oplossingen die veel aanpassingsvermogen van ons allen zullen vergen.


Brave new world
Morozov zegt het niet precies op deze manier, maar het schemert er wel doorheen. Aan het eind van het programma heeft hij het naar aanleiding van een fragment over Aldous Huxley. En diens boek Brave new world, waarin mensen 'rustig' worden gehouden door soma in te nemen. Internet en alles wat daarmee samenhangt zijn in zijn ogen het soma van de 21e eeuw.


Cyber-pessimist
Onder deze kop werd in de VPRO-gids de uitzending onder de aandacht gebracht. Enkele quotes uit dat artikel:
Nieuwe media zijn opium voor het volk, aldus Evgeny Morozov. In tegenlicht beweert hij dat de glorieuze rol die het internet is toegedicht bij het ontketenen van democratische revoluties schromelijk overdreven is.

De 26-jarige wetenschapper Evgeny Morozov deed begin dit jaar stof opwaaien met zijn boek The Net delusion. Daarin beweert hij dat de glorieuze rol die het internet is toegedicht bij het ontketenen van revoluties en verspreiden van democratie schromelijk overdreven is. De Wit-Rus probeerde zelf het internet te gebruiken om de maatschappij te veranderen in Oost-Europa, maar werd teleurgesteld. Hij vertrok naar de Verenigde Staten en vecht nu tegen wat hij zelf 'cyberutopisme' noemt.

In een wereld waar alles en iedereen via het web met elkaar verbonden is, verdwijnt onze privacy en raakt de macht in handen van grote bedrijven, stelt hij. De meeste onderdrukte mensen gebruiken nieuwe media niet om zich te verzetten tegen hun regime, maar om te ontsnappen aan hun armzalig leven door middel van spelletjes of internetporno. Morozov noemt nieuwe media zelfs opium voor het volk.


Who's in control?
Bij bijna alle fragmenten die worden vertoond en door Morozov van commentaar voorzien kun je de vraag stellen wie er 'de baas is'. Ogenschijnlijk is het eenvoudig: iedereen die internet of andere zaken die daarmee samenhangt gebruikt is in control. Hij of zij bepaalt wat er gebeurt. Wat er bekeken of gebruikt wordt. Maar Morozov zet daar grote vraagtekens bij. En komt vaak tot een conclusie die daar haaks op staat. Mensen zijn niet zo 'vrij', ze vertonen gedrag dat door anderen wordt 'uitgelokt' of geëntameerd. We zijn, zoals bijvoorbeeld Ap Dijksterhuis of Roos Vonk zullen onderschrijven, niet zo vrij. We vertonen gedrag dat anderen ook vertonen. Onze uniciteit is niet zo groot. En door internet is het o zo gemakkelijk om te 'blijven hangen' in je zelf geschapen kooi. "Ik houd nu eenmaal van ... en vind het niet nodig om kennis te nemen van andere geluiden". Geluiden in de letterlijke en figuurlijke zin. 'Ik houd nu eenmaal van reggae en ga niet luisteren naar ... folk". "Ik denk dat het klimaatprobleem niet bestaat en hoef daarom mijn levensstijl niet aan te passen".

Hij is niet de enige, maar zijn uitspraken zijn 'zwarter' als die van een Andrew Keen, Jaron Lanier of ...


Ontnuchteringsjaren
In 2006-2007 was het jaarthema van BasisBibliotheek Maasland Ontnuchteringsjaren. Daarmee bedoelden we dat we in een fase terecht waren gekomen waarin mensen tot de ontnuchterende conclusie zouden moeten komen dat in tegenstelling tot wat alom gedacht en beleefd werd veel zaken in onze samenleving toch niet zo goed waren. Dat seizoen spraken o.a. Ad Verbrugge (over de erbarmelijke staat van ons onderwijs), Bas Heijne, Maarten van Rossem en geluksonderzoeker Ad Vingerhoets. Toen was het geloof in de zegeningen die het internet zou brengen nog alom aanwezig. Evgeny Morozov was twintig jaar oud, Andrew Keen had zijn boek The cult of the amateur nog niet geschreven en Jaron Lanier (auteur van Nee, je bent geen gadget uit 2010) was vooral nog een muzikant.

Ontgoocheling
De Tegenlicht-uitzending is een van de signalen dat de ontnuchteringsjaren voor degenen die veel geloof hechten in de voorspoed die internet ons heeft gebracht en zal brengen zijn aangebroken. Dagelijks kun je - mits je daarvoor openstaat - artikelen lezen waarin vraagtekens gezet worden bij bepaalde ontwikkelingen. Op woensdag 28 september deed bijvoorbeeld hoogleraar Henri Beunders in NRC Handelsblad een duit in het zakje in zijn artikel Zo veel informatie en zo veel teleurstelling. Zijn artikel begint als volgt:

De dominante mening over internet in de politieke communicatie kunnen we anno 2011 samenvatten in één woord - ontgoocheling.

Die ontgoocheling is alom aanwezig in het verhaal van Evgeny Morozov. Het is een vervelende boodschap. Die ongetwijfeld door velen van mitsen en maren kan worden voorzien. Maar hij heeft een punt. De vraag is echter of deze ontwikkeling kan worden bijgestuurd waardoor mensen (weer) meer in control kunnen zijn of worden.


Delusion
Het boek van Evgeny Morozov heet The net delusion : the dark side of internet freedom. Een andere ondertitel is ook: How not to liberate the world. Let vooral op het woordje not. Nederlandse woorden om delusion te 'pakken' zijn waan, begoocheling, misleiding, bedrog, dwaling, zinsbegoocheling, waanvoorstelling, zelfbedrog of zinsbedrog.

Ontnuchtering zou ook kunnen, als je deze woorden zo op een rijtje ziet staan.

dinsdag 27 september 2011

Lezing Jos Verveen - Who's in control? 16 oktober 2011

"Tegen de terreur van managementsystemen is geen enkel systeem opgewassen. Er is maar één remedie: zelfbeheersing! Hiermee bedoel ik de zelfbeheersing om als organisatie niet als een blind paard te investeren in zaken, die niets, maar dan ook helemaal niets met de essentie te maken hebben."


Tweede lezing in de reeks Who's in control?
Op zondag 16 oktober verzorgt Jos Verveen de tweede lezing in de reeks Who's in control? Hij is de auteur van het boek Bullsh!t management. Een boek dat een felle aanval bevat op het fenomeen 'management' dat in alle bedrijven, instellingen en organisaties overheersend aanwezig is. Hij zet grote vraagtekens bij het nut van managers, management en het onderliggende denken dat er vanuit gaat dat managers moeten vertellen 'hoe het moet'. Hij bepleit dat veel managers zich weer met hun'' échte' vak gaan bezighouden. Dat is niet alleen goed voor hun ondergeschikten maar ook voor henzelf. Té veel tijd en energie gaat zitten in management-achtige zaken. Té veel bullsh!t.


Jos Verveen
Jos Verveen is een organisatiedeskundige die in april 2011 een boek publiceerde dat binnen en buiten de wereld van de organisatiekunde veel stof heeft doen opwaaien. Hij bepleit in Bullsh!t management dat bedrijven minder de nadruk moeten leggen op management en managers. Sinds ene meneer Frederick Taylor in de Verenigde Staten het 'management' 'uitvond' heeft is in de meeste bedrijven en organisaties té veel de nadruk komen liggen op het managen van medewerkers, het product enzovoorts. In veel bedrijven lijkt het alsof het gaat om het managen en minder om waar een bedrijf of instelling feitelijk ooit voor is opgericht. Hij bepleit dat er meer de nadruk wordt gelegd op de inhoud en minder op zaken die in de ideale situatie voorwaardenscheppend én op de achtergrond in een organisatie of bedrijf op de achtergrond (zonder de échte professionals te hinderen) moeten plaatsvinden. In dat kader bepleit hij ook dat een eind wordt gemaakt aan de plaag om iedereen manager te noemen. Een kennismanager heet voortaan weer bibliothecaris, een account manager gaat weer als verkoper door het leven en een office manager transformeert terug naar secretaresse.

Jos Verveen heeft een vlotte pen. Het is bijna een pamflet, alleen is het daarvoor iets té lang. Uiteraard overdrijft hij maar de kern van zijn boodschap zal velen aanspreken. Managers en degenen die gemanaged worden. Verveen wil managers als het ware bevrijden uit de rol waar ze in terecht zijn gekomen. Een rol waarin ze vooral bezig zijn met procedures, anderen de maat nemen en voorschrijven en zelden meer bezig kunnen zijn met de inhoud van het werk. Waarvoor ze (toch) ooit zijn opgeleid of waarom ze bij een bepaald bedrijf of instelling gingen werken.


Blurbtekst op Managementboek.nl (hoe ironisch)
Op de website van managementboek.nl wordt uiteraard het boek Bullsh!t management aangeboden. Sterker medio juni staat het nummer 1 in hun top 10 van best verkochte managementboeken. Het boek wordt als volgt geafficheerd:

'Leiderschapstrainingen, strategische analyses, dikke beleidsnota’s en eindeloze statistieken. Om nog maar te zwijgen over esoterische Tsjakka-trainingen, teambuildingsessies in een hutje op de hei en crossmediale imagocampagnes. Sinds de uitvinding van management, een eeuw geleden, halen managers en adviseurs alles uit de kast om de prestaties van organisaties te beïnvloeden. Maar wat zijn al die bedenksels nu werkelijk waard?

‘Bullshit Management’ rekent af met de wijdverspreide overtuiging dat investeren in management zin heeft. Het kraakt kritische noten, want voor succes blijkt geen enkele wetenschappelijke blauwdruk te bestaan. En sterker nog: door al die modellen, methoden en termen verliezen steeds meer organisaties hun essentie uit het oog. Dit boek is een oproep om te stoppen met management en het heft weer in eigen hand te nemen. Want zo uniek als organisaties met hun producten of diensten kunnen zijn, zo bijzonder kunnen zij zich ook organiseren. Daar heeft u volgens Jos Verveen dus eigenlijk helemaal geen managementboek voor nodig ...


Wat er aan vooraf ging
De afgelopen jaren heeft BasisBibliotheek Maasland andere sprekers over het onderwerp dat Jos Verveen aansnijdt aan het woord gelaten. Uiteraard deden ze dat elk op hun manier, met andere argumenten maar telkens wel met hetzelfde oogmerk. Dat houdt in dat deze sprekers vonden (en vinden) dat in té veel organisaties, bedrijven en instellingen de ouderwetse vakman het loodje heeft gelegd. Op een zijspoor is gerangeerd, ten faveure van de kaste die gemakshalve wordt weggezet als 'de managers'. Een beweging die uiteindelijk (ondanks alle marketingtaal, retoriek, ja zelfs newspeak) leidt tot minder kwaliteit.

Sprekers waren in 2006 Jaap Peters (van het boek Intensieve menshouderij : hoe kwaliteit oplost in rationaliteit), de filosoof Ad Verbrugge in 2004, 2006 en 2009 (van het boek Tijd van onbehagen en zijn inzet voor meer respect voor de docent in het onderwijs), Herman de Regt en Richard Engelfriet die in 2010 een warm pleidooi hielden voor vakmanschap en 'potsenmakers' als de cabaretier Jeroen van Merwijk (in 2006) (NEE = Nieuw Elitair Elan) en muzikant/documentairemaker Leon Giessen (alias Mondo Leone in de reeks Onmetelijke kwaliteit - april 2008).


Volg Jos Verveen op Twitter

Weblog Jos Verveen (als D66 gemeenteraadslid Rotterdam)

Informatie over de lezing
De lezing wordt gehouden in de Openbare Bibliotheek van Oss,
Raadhuislaan 10 5341 GM
Zondag 16 oktober 2011 van 14.00-16.00 uur
Kaarten kosten €7,-- per stuk. Bibliotheekleden betalen €5,--

Klik hier om online kaartjes te kopen

Enkele citaten die een beeld geven van de inhoud van het boek en de stijl van Jos Verveen:


Het geloof
"De organisatie wetenschap heeft kortom niets met de waarheid te maken, hooguit met een, bij voorbaat kansloze, zoektocht naar de waarheid. Iedere vorm van bewijs dat het zou werken, ontbreekt en het rendement is uiterst dubieus of zelfs aantoonbaar negatief. Maar als organisatiewetenschap geen vak of geen leer is, wat is het dan wel? Het antwoord is simpel. Management is niet meer en niets minder dan een geloof, zoals er ook mensen zijn die in een God geloven, in Allah, in de eigen kracht van mensen, in geesten, in vriendschap, in lopen over vuur, in gesprekken met bomen, in staken, in neurolinguïstisch programmeren, in rechtvaardigheid, in de vrije school, in referenda, in het huwelijk en in wereldvrede. En het geloof in management is zó sterk en zó overtuigend gebracht dat, ondanks dat bewijzen ontbreken, er inmiddels een enorme schare volgelingen is, zoals ook de kerken ooit uitpuilden omdat mensen het óók geloofden. () Het zal niet lang meer duren voordat het aantal wereldwijd verkochte managementboeken, het aantal verkochte bijbels zal inhalen". (pagina 31-32)


What's in the name?
Ik vraag, voor de aardigheid en een beetje voor het vermaak, als iemand 'huppeldepup manager' op zijn kaartje heeft staan, vaak wat dat betekent. Eerst gaan ze dan uitleggen waar 'huppeldepup' voor staat, maar dan maak ik snel duidelijk dat ik de term 'manager' bedoel. De meeste antwoorden beginnen toch wel met zoiets als: 'Ik regel hier dat ...' of 'Ik ben verantwoordelijk voor ...' Blijkbaar zorgt een manager ervoor dat het goed komt. De vraag is natuurlijk of je dat niet van een ieder binnen de organisatie mag verwachten. Wellicht is het daarom inderdaad een goed idee om vanaf morgen iedereen tot manager te benoemen of nog beter: niemand meer tot manager te benoemen want dat scheelt een hoop gedoe. Als je eenmaal manager bent, moet je meedoen met strategische sessies, beleidstrajecten, klankbordgroepen, brainstorms, monitoring en evaluaties. Als je pech hebt moet je ook meedoen met teambuilding in de Ardennen. En mag je, nadat onder externe en onafhankelijke procesbegeleiding flip-overvellen vol zijn gekalkt met mission statements, sterkte/zwakte-analyses, strategische succesfactoren en to-do-listen, als klap op de vuurpijl ook nog op je kop aan een boom hangen omdat daarmee de samenwerking zou verbeteren". (pagina 50)

Zelfbeheersing!
"Tegen de terreur van managementsystemen is geen enkel systeem opgewassen. Er is maar één remedie: zelfbeheersing! Hiermee bedoel ik de zelfbeheersing om als organisatie niet als een blind paard te investeren in zaken, die niets, maar dan ook helemaal niets met de essentie te maken hebben: cultuurveranderingstrajecten, dikke proceshandboeken met ingewikkelde stroomschema's, 360-graden feedbackgesprekken, managementdevelopmentprogramma's, organisatie in slaap sussend medewerkerstevredenheidsonderzoeken, dure merkwaarden exercities, ingewikkelde marketingonderzoeken en strategische concurrentieanalyses. En ik bedoel met zelfbeheersing ook het weerstaan van de verleiding om onder druk van uitvoerende medewerkers die nu ook eindelijk een carrière als manager willen maken, extra (management)lagen te creëren". (pagina 65)


Tjoptjop, aan het werk!
"Als we stoppen met management, wat betekent dat dan voor al die managers? Tja, goede vraag! Het antwoord is simpel! Die kunnen, net als de andere medewerkers gewoon weer inhoudelijk aan het werk. () Heel erg gemist zullen onze managers niet worden, want als al die tevredenheidsonderzoeken iets hebben opgeleverd, is het wel het vrij unanieme beeld dat de gemiddelde medewerker baalt van het management.
Het beeld dat uit de verschillende onderzoeken naar voren komt, is dat managers niet bepaald geliefd zijn. In de ogen van medewerkers staan ze te ver van de werkvloer en zijn ze onvoldoende gericht op waar het in essentie om draait. Veel managers worden als vaag ervaren. Het blijft vaak onduidelijk wat ze nu precies willen. Managers vinden het prettiger zich bezig te houden met beleid, regels, procedures en protocollen dan met mensen. Beleid en procedures zijn immers tastbaar en goed te sturen. Mensen niet, die zijn emotioneel, lastig en lezen de handboeken, hand-outs en excel-overzichten veel te slecht". (pagina 120-121)


Prima zonder
"Een organisatie kan prima zonder management als aan twee belangrijke voorwaarden is voldaan: scherp voor ogen hebben waar het om draait en uitstekende mensen". (pagina 124)

Ja, maar ... Je hebt toch bazen nodig?
Je hebt zeker bazen nodig! Er is niks mis met directeuren die richting geven en er is ook niks mis met hiërarchie, subbazen en onderbazen. Zolang die bazen zich richten op waar het in essentie allemaal om draait, met de inhoud bezig zijn én vakmensen zijn, is hun toegevoegde waarde uiterst groot. Ze vervullen namelijk ook een rol in het doorgeven van de essentie van de organisatie op (nieuwe) medewerkers, maar zijn vooral onmisbaar in het overdragen van kennis en vaardigheden als meewerkende voormannen en -vrouwen. Vanwege hun expertise zijn ze onmisbaar bij het oplossen van de meer complexe inhoudelijke vraagstukken.
Laat deze mensen echter met rust waar het gaat om allerlei managementtheorieën en -technieken. Bazen die zelf niet met de inhoud bezig zijn en 100 procent aan het managen zijn, hebben geen toegevoegde waarde. () Vrijwel alle organisaties zijn ooit begonnen met een droom en vrijwel allemaal lopen ze het risico te eindigen als een nachtmerrie. Ook uw organisatie! (pagina 142-143)


Een typisch voorbeeld van grimlachen.

Aanvulling: de ultieme kudde van Mark Earls

In 2010 verscheen De ultieme kudde : het begrijpen en beïnvloeden van massagedrag (Maven, 416 pagina's). Daarin bepleit deze Engelse marketingman dat in tegenstelling tot wat velen denken de mens geen individualist, noch een rationeel wezen is. Integendeel: het gros van het menselijk handelen wordt aangedreven door emoties én is er op gericht om deel uit te kunnen maken van een gemeenschap. De Engelse titel heet niet voor niets Herd : how to change mass behaviour by harnessing our true nature.

In dit bevlogen en lezenswaardige boek staat een hoofdstuk over de rol die managers of het management in zo'n wereld (waar niet het ik maar de 'kudde' centraal staat en men snapt dat mensen emotionele, en minder rationele wezens zijn) zouden moeten spelen. Dat gedachtegoed slaat perfect aan op dat van Jos Verveen. Enkele citaten om dat te illustreren

De eenzaamheid van de manager
Als je als manager de menselijke kuddeaard voor je wilt laten werken, dan moet je leren te laten varen. Je moet als het ware aan de zijlijn kunnen gaan staan nadat je je werk gedaan hebt.
Want een () modern bedrijf () is een complex, flexibel systeem. Het beste wat je kunt doen, is het vuur van een ideaal en een overtuiging aansteken, de interactieregels vaststellen en dan de gespreide intelligentie in het systeem de vrije loop laten om haar eigen patronen te vormen. (p. 347)

Kinderen van een mindere God
De neiging die alle managers lijken te hebben om hun personeel gedragsinstructies te geven, is moeilijk te bedwingen. We noemen dit micromanagement. Het idee dat 'menselijke productiemiddelen' lui, onkundig of gewoon onbetrouwbaar zijn, is al even wijdverbreid. En ook dat je hun prestaties moet controleren en steeds blijven controleren, zoals Taylor aanbeval. Een machineachtige efficiency van werknemers - en de gedachte dat die haalbaar is - speelt nog steeds een grote rol in het denken van iedere manager. (p. 349)

Maar de grootste erfenis van de taylorisatie is dat mensen gezien worden als rationele machineonderdelen (waarom lijken de organogrammen die we van onze organsiatie tekenen op het bekabelingsschema van mijn computer?), waarvan we de arbeid fijn kunnen afregelen of omvormen. Als we iets willen veranderen aan de prestatie van ons personeel, dan denken we dat we iedere functie gedetailleerd kunnen en moeten beschrijven. Als managers en bedrijfseigenaren maar de juiste, 'wetenschappelijke' instrumenten en methoden gebruiken, kunnen ze hun menselijke kapitaal optimaal beheren en het maximale er uithalen. (p. 350)

Een andere visie
Voor een aanhanger van de kuddetheorie is dit duidelijk onzin, die onze aard helemaal verkeerd begrijpt. We zijn niet rationeel, we zijn geen geïsoleerde individuen, we leven ons leven alleen in gezelschap (werkelijk of ingebeeld) van anderen. (p. 350)

Een ander soort werknemer
Voor de meeste werknemers in het Westen bestaat de essentie van het werk daarom uit het gezamenlijk oplossen van complexe problemen, waartoe informatie wordt uitgewisseld en een beroep wordt gedaan op diverse soorten kennis. ()
Als we de prestaties van een bepaalde groep medewerkers willen verbeteren, is het probleem natuurlijk dat de oude management ideeën en instrumenten (die van Taylor of die van de HR-kliek) niet meer relevant zijn. (p. 353)

maandag 12 september 2011

Was Roos Vonk in control?

Het laatste boek van Roos Vonk heet Menselijke gebreken voor gevorderden. Hoe terecht die titel is zal ze zichzelf nu ook realiseren.

Woensdag 7 september

Op deze dag werd bekend dat de Tilburgse hoogleraar Diederik Stapel op grote schaal fraude heeft gepleegd door zijn stellingen te 'onderbouwen' met verzonnen onderzoeksresultaten.

Diederik Stapel is (was?) een gerespecteerd sociaal-psycholoog die door de jaren heen regelmatig met opzienbarende onderzoeksresultaten naar buiten trad. En in binnen- en buitenland daarom werd gewaardeerd. Na
nader onderzoek van collega's aan de Universiteit van Tilburg is duidelijk geworden dat veel onderzoek dat ten grondslag lag aan zijn opzienbarende resultaten feitelijk verzonnen is. Pijnlijk. Zéér pijnlijk, want dit ondermijnt het gezag dat 'dé wetenschap' heeft. Gezag dat alleen overeind kan blijven als iedereen er vanuit kan gaan dat wetenschappers a) integer handelen en b) niet sjoemelen met 'de waarheid'.

Menselijke gebreken

Roos Vonk, hoogleraar sociaal-psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, bespreekt in haar boeken menselijke gebreken. Haar stelling is dat iedereen die heeft en dat we met z'n allen pogen die te bedekken onder een laagje 'beschaving'. Maar we zijn allen geneigd tot hebbelijkheden als jaloezie, afgunst, nijd, domheid of jokken. De zaak verdraaien. Mooier voorstellen. Kortom tot menselijke gebreken zoals Diederik Stapel die heeft laten zien.

Roos Vonk zal (beter: heeft) als een van de eerste toegegeven dat zijzelf ook behept is met die menselijke gebreken. En is de eerste om toe te geven dat ze té goedgelovig is geweest.

Goedgelovigheid

Dat is hier aan de orde. Roos Vonk heeft regelmatig nauw samengewerkt met Diederik Stapel. Onlangs heeft ze zich nog in het openbaar achter
een onderzoek van hem geschaard. Is afgegaan op de blauwe (?) ogen van Diederik Stapel. Is er te gemakzuchtig vanuit gegaan dat 'het' wel klopte. En tegen mensen die vraagtekens zetten bij dit onderzoek heeft ze zelfs opgemerkt dat het wél om wetenschappelijk onderzoek ging. Mooi niet, dus. Pijnlijk.


Schuilen kan niet meer

Shame on you! En, inderdaad dat laat ze merken. Op
haar website staat een stuk over deze materie en daarin werpt ze volop pek en veren over zichzelf uit. En hoopt dat ze iedereen wiens vertrouwen in de wetenschap en haarzelf is beschaamd de komende tijd weer voor zich kan winnen. Dat zal niet meevallen. Dit incident zal haar ongetwijfeld de rest van haar leven blijven volgen. En als munitie fungeren voor iedereen die om wat voor redenen dan ook kritische kanttekeningen wil zetten bij dé wetenschap.

Een paraplu houdt (voorlopig) de ergste regen tegen, maar Roos Vonk en andere wetenschappers zullen ongetwijfeld de komende jaren nog wel eens om de oren geslagen worden met dit incident.


Lezing op 15 januari 2012

Op
zondag 15 januari zal Roos Vonk op verzoek van BasisBibliotheek Maasland in de Groene Engel in Oss spreken over het jaarthema Who's in control?

Dit thema - Who's in control? - heeft vele aspecten. Roos Vonk was uitgenodigd om te komen uitleggen waarom een gemiddeld (normaal) mens vaak niet de baas is over zichzelf. Denk aan al die onhebbelijke gewoontes, die of we nu willen of niet toch regelmatig met 'onszelf' aan de haal gaan.

Deze middag zal ze ongetwijfeld aan dit aspect iets toevoegen over haar relatie met (een) Diederik Stapel en hoe zelfs hoogopgeleide (nuchtere, laconieke) mensen het schip in kunnen gaan.

Boeken over wetenschappelijk onderzoek

R. Grit.
Zo doe je een onderzoek (2009)

P.J.. Verschuren.
Het ontwerpen van een onderzoek (2007)

Nel Verhoeven.
Onderzoeken doe je zo! (2010)

woensdag 7 september 2011

Een oproep in de 1e landelijke Kindermediaweek

Jan Blokker
In de zomer van 2010 overleed grumpy old man Jan Blokker. Een journalist die in zijn columns op een ietwat knorrige (en voor de liefhebber grappige) manier zijn vinger op zere plekken legde. Zoals iedereen had hij zijn stokpaardjes. Eentje daarvan was dat sociologen - wetenschappers! - bijna altijd op de proppen kwamen met 'open deuren'. Hypotheses, aanbevelingen, gedachtes die iedereen al lang had of koesterde, maar die nu met aplomb als dé waarheid werden gepresenteerd. Ongetwijfeld zou hij in zijn column iets gedaan hebben met het artikel dat dinsdagavond 6 september 2011 in NRC Handelsblad op de Media-pagina werd geplaatst. Daarin werd aandacht geschonken aan de promotie van sociologe Natascha Notten aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Niet toevallig promoveerde ze tijdens de eerste landelijke Kindermediaweek, waarin stilgestaan wordt bij het belang van media-educatie.

Een waarheid als een koe
Iedereen die er even over nadenkt zal toe (moeten) geven dat kinderen die relatief weinig tv-kijken (en meer lezen) het op school beter doen. Alhoewel er ongetwijfeld kinderen (zullen) zijn die het op school ook goed doen ondanks of dankzij het feit dat ze veel tv-kijken. Maar grosso modo is de stelling die Natascha Notten in haar proefschrift verdedigt niet zo verwonderlijk.

Ouderavonden

In deze tijd van het jaar worden door het hele land ouderavonden voor ouders van basisschoolleerlingen gehouden. In alle wijken, dorpen en steden. Voor ouders van groep 1 t/m 8. En zullen op andere plekken voor ouders van kinderen die nog niet leerplichtig zijn bijeenkomsten worden gehouden waarin gewezen wordt op het belang van lezen. Dat lezen dé manier is om op school en in de samenleving (straks) mee te kunnen is. Maar ...

Maar ...
Waarom is het verhaal van deze Nijmeegse sociologe dan zo opvallend. Zal de 'boodschap' van Natascha Notten aan de ene kant door bijna alle onderwijzers en anderen die professioneel in dit land met kinderen omgaan (inclusief alle bibliothecarissen) worden onderschreven. Én door zoveel ouders aan de andere kant volstrekt worden genegeerd.
Wellicht zullen door de 'lompheid' van de stelling veel ouders zichzelf toch eens de vraag stellen: Is het écht waar dat als mijn kind minder tv kijkt het straks op school beter mee zal kunnen doen? En kan ik daar een handje aan bijdragen door zelf het goede voorbeeld te geven?

Tv-kijken als de grote afleider
Uit alle onderzoeken blijkt al jarenlang dat de gemiddelde Nederlander per dag ruim drie uur per dag tv kijkt. Gemiddeld. Er zijn mensen die hoger zitten, en die er onder zitten. Natascha Notten geeft meer dan duidelijk in het interview (en haar proefschrift) aan dat het beter is om te matigen. En dat goed voorbeeld doet volgen. Ouders die zelf veel kijken geven niet het goede voorbeeld. Laten impliciet merken dat het volstrekt normaal is om zoveel te kijken. Aan tv-kijken is op zich niet zoveel mis; wél als de tijd die dat kost ten koste gaat van lezen.

Tienduizend urenregel
Een kind kan alleen tot een goede lezer (= leerling) uitgroeien door veel lees-kilometers te maken. Lezen leren je weliswaar op school (technisch gezien), maar je groeit pas tot een expert (op leesgebied) uit door veel te oefenen. Dagelijks. Jaar na jaar. Lezen kun je niet als je op het (oude) AVI-9 niveau zit. Stop je op dat moment (zeg in groep 6 van de basisschool) met lezen dan zul je daar later last van hebben. Wetenschapsjournalist Malcolm Gladwell heeft veel geschreven over mensen die op bepaalde gebieden uitsteken boven anderen (voetballen, pianospelen, haarknippen). Om dat duidelijk te maken vertelt hij de 'anekdote' van de 10.000 uur. Zoveel uren kost het om in n'importe welk gebied te kunnen excelleren.

Voor iedereen die op een hoog niveau mee wil komen in onze complexe samenleving is lezen nog steeds essentieel. Je moet domweg veel lees-uren maken om (complexe) teksten tot je kunnen nemen. Oefenen, oefenen dus. Dagelijks. In verloren uurtjes. Uurtjes die je ook kunt verlummelen achter een tv. Of, die noemt Natascha Notten niet, met een mobieltje, je Facebook, Twitter en vult u zelf maar aan.

Tv-kijken en verslaving
De boodschap van mevrouw Notten is keihard. Zeker als je jezelf als ouder betrapt voelt. Je hebt het beste met je kind voor, stimuleert het om te lezen maar moet van haar ook nog je eigen tv-kijkgedrag in aantal uren per dag/week temperen. En dat valt niet mee, want tv-kijken is een typisch voorbeeld van onbewust gedrag. Gedrag dat je in de loop van de tijd hebt 'aangeleerd'. Het zit in je systeem om dat apparaat gedachteloos aan te zetten. De boodschap in deze eerste landelijke Kindermediaweek is dat je moet minderen. Om je kind een betere toekomst te geven. Dat kind moet meer aan de bak, maar ook jijzelf als ouder. Er is een directe relatie tussen die twee.

Bevoogdend?
Wellicht. Maar wetenschappers zijn er - ondanks de hoon van Jan Blokker dat sociologen alleen beweren wat alom bekend is - om 'vervelende' uitkomsten van onderzoek naar voren te brengen. Waardoor u - of de samenleving - later niet kan zeggen dat we het niet hebben geweten.

Who's in control?
Het jaarthema van BasisBibliotheek Maasland is in 2011-2012 Who's in control? Dat thema raakt vele aspecten van het leven. Het artikel Eén tv in huis is oké, drie is te veel is een perfecte illustratie van de vraag die in dat thema ligt opgesloten: Bent u in staat om uw eigen media-consumptie aan te passen om uw kind(eren) een betere leesbasis te laten verwerven?


9/11 en de illusie van control(e)



Maven
Maven Publishing profileert zich als uitgever van boeken waarin ingegaan wordt op de manier waarop mensen functioneren. Sociaal, emotioneel, intellectueel, biologisch. Alle aspecten van het menselijk handelen komen in hun boeken aan de orde. Als je de fondslijst bekijkt dan kun je de meeste boeken die ze in 2010 en 2011 hebben uitgebracht lezen met in het achterhoofd de vraag Who's in control?


Een moderne uitgever
Maven brengt niet té veel titels per jaar uit. Organiseert rondom verschijning 'evenementen' om via de media aandacht te genereren en gelooft in voorpublicaties. Lezen doet kopen, is hun stelling. Vaak wordt op internet een deel van een boek weggegeven. Hun titels trekken kortom de aandacht en vallen ook door hun vormgeving op.


Dans met kans : meer zekerheid door minder controle
Dit boek kwam in 2010 uit. Is geschreven door Spyros Makridakis, Robin Hogarth en Anil Gaba. Drie onbekende Amerikaanse gedragswetenschappers. Die iets aansnijden wat de laatste tijd door anderen op een andere manier ook wordt gezegd. Om als mens adequaaat te kunnen functioneren is het nodig om te kunnen loslaten. Het heeft weinig zin om te proberen alles te weten. Sterker, daardoor kom je niet toe aan het echte ... werk, denken, doen, leven.


Op de website van Maven kunt u een deel van het eerste hoofdstuk nalezen (Drie wensen aan een fee). Hieronder treft u een deel aan van die tekst. Die handelt over de illusie dat je in control kunt zijn. 

De illusie van controle Na 11 september 2001 waren veel mensen bang dat er nog meer terroristische aanslagen zouden volgen en namen de auto in plaats van het vliegtuig. Het aantal vliegtuigpassagiers in het vierde kwartaal van 2001 daalde met 18% in vergelijking met de laatste drie maanden van 2000. Met andere woorden, ongeveer een op de vijf reizigers besloot naar aanleiding van 11 september om niet het vliegtuig te nemen. Laten we eens naar wat andere cijfers kijken: in 2001 kwamen in de Verenigde Staten 483 mensen om bij vliegtuigongelukken tijdens commerciële vluchten. Ongeveer de helft van dit aantal kwam voor rekening van de ramp op 11
september. In 2002 was er geen enkele dode te betreuren als gevolg van een vliegtuigongeluk. In 2003 en 2004 kwamen respectievelijk negentien en elf mensen om. Dit betekent dat gedurende deze drie jaren in totaal dertig personen omkwamen bij vliegtuigongelukken in de Verenigde Staten. Maar in diezelfde periode waren er in de Verenigde Staten 128.525 dodelijke verkeersslachtoffers te betreuren. Dat is ongeveer 5% meer dan op basis van statistieken uit het verleden verwacht mocht worden. Statistici hebben uitgerekend dat er maar liefst 5000 slachtoffers minder waren gevallen indien de mensen zoals gebruikelijk het vliegtuig genomen hadden. Bovendien zou het aantal zwaargewonden met 45.000 zijn verminderd en het aantal lichtgewonden met 325.000.


Waarom namen zo veel mensen na 11 september de auto in plaats van het vliegtuig? De eenvoudige uitleg is dat je het natuurlijke gevoel hebt dat je alles onder controle hebt wanneer je achter het stuur zit van je eigen auto. Als je tegen automobilisten zegt dat ze geen invloed hebben op het rijgedrag van medeweggebruikers, het weer, de kwaliteit van het wegdek, mechanische problemen of andere gebruikelijke oorzaken van verkeersongelukken, dan zijn ze het roerend met je eens. Maar toch hebben ze het gevoel dat ze hun lot in eigen hand hebben als ze op de weg zitten. Zet ze op een vliegtuig, en ze denken dat hun leven in handen is van de piloot of, erger nog, van een stelletje terroristen.
 
Psychologen noemen dit met een fraaie Engelse term ‘the illusion of control’, de illusie van controle. Vanuit het standpunt van de evolutie is deze illusie goed te verklaren. Het verlangen om onze omgeving onze wil op te leggen, verklaart voor een groot deel onze vooruitgang als menselijke soort – vanaf het begin van de landbouw tot aan expedities naar Mars. Het probleem is dat we niet weten wanneer we moeten stoppen. Experimenten laten bijvoorbeeld zien dat mensen denken dat ze een grotere kans maken om een loterij te winnen als ze hun eigen lotnummers kiezen. Ook denken ze dat ze het beter doen bij kansspelletjes als ze zelf de dobbelstenen gooien. De waarheid is dat dit helemaal niets uitmaakt. Dit zijn spelletjes waar het puur aankomt op toeval.


Bij al die dodelijke verkeersongelukken na 11 september hadden de meeste slachtoffers gewoon pech. Maar we kunnen degenen die besloten om de auto te nemen in plaats van het vliegtuig niet helemaal voor gek verslijten, omdat onze ingebouwde illusie van controle vaak versterkt wordt door de media. Beelden van vliegtuigongelukken bereiken elke huiskamer, waarbij uitgebreid ingezoomd wordt op verwrongen wrakstukken en lijken. Het is geen wonder dat zo velen van ons bang zijn om te vliegen, en dat was al lang vóór 11 september zo. Intussen zijn de duizenden vliegtuigen die elke dag veilig aankomen niet interessant voor de media. Dus zijn zelfs diegenen onder ons die volstrekt logisch denken, toch geneigd om te geloven dat de kans om te overlijden bij een vliegtuigongeluk veel groter is dan hij in feite is.

Verkeersongelukken halen zelden de voorpagina tenzij het kettingbotsingen betreft met flink wat doden (hetgeen statistisch zelden voorkomt). Ondertussen gebeuren er met een gruwelijke regelmaat kleinschalige auto-ongelukken waarbij jaarlijks wereldwijd honderdduizenden doden vallen, om nog maar te zwijgen van het aantal gewonden. Hier horen we niets van. Omdat we ons niet bewust zijn van deze feiten, winnen onze instincten het van de logica.
.  



Zoals de maanden en jaren na 11 september duidelijk maakten, kan de illusie van controle, zeker wanneer die aangewakkerd wordt door de op sensatie beluste media, af en toe fatale gevolgen hebben. Voor het overige kan deze illusie in mindere of meerdere mate schadelijk zijn voor onze gezondheid, onze rijkdom, ons succes en ons geluk. Op iedere dode bij een verkeersongeluk zijn er immers ongeveer negen zwaargewonden. Dat is een van de redenen waarom we dit boek geschreven hebben – om te laten zien dat we de meeste dingen die ons overkomen niet kunnen voorspellen, laat staan dat we er controle op uit kunnen oefenen. Maar er zijn dingen die we kunnen doen om de negatieve consequenties die inherent zijn aan ons onvermogen om te voorspellen te beperken. Het is vooral belangrijk om te begrijpen in hoeverre ons leven bepaald wordt door het lot en in hoeverre door ons eigen handelen.

Van illusie naar paradox
Volgens ons is een van de grootste uitdagingen waarmee we als individu en gemeenschap te maken hebben het accepteren van de onzekerheid die samenhangt met het nemen van beslissingen zonder verlamd te raken door aarzelingen3. Aangereden worden door een auto terwijl je de straat oversteekt kan iedereen overkomen, net zoals er een kokosnoot op je hoofd kan vallen tijdens een vakantie in een tropisch paradijs, of dat je getroffen wordt door een ongeneeslijke vorm van kanker.

In dit boek doen we meer dan zomaar een eind maken aan de illusie van controle. Onze boodschap is zowel subtieler als dwingender. Als menselijke wezens zullen we altijd de behoefte hebben om onzekerheden uit te bannen. Maar ironisch genoeg kunnen we juist meer grip krijgen op wat er met ons gebeurt wanneer we beseffen en accepteren dat we dingen niet in eigen hand hebben. Dit kan een groot verschil maken in de manier waarop we de toekomst onder ogen zien en is van invloed op de beslissingen die we nemen. Soms kunnen we onaangename verrassingen vermijden door de illusie van controle los te laten (door bijvoorbeeld het vliegtuig te nemen in plaats van de auto). Ook kunnen we ons indekken tegen de risico’s die we vastgesteld hebben (bijvoorbeeld door een levensverzekering te nemen om je gezin te beschermen in geval van een ramp, of simpelweg door een autogordel te dragen).

Conclusie:
"zo ontstaat de paradox: wanneer mensen accepteren dat hun eerdere gevoel van controle voornamelijk een illusie was, hebben ze juist meer controle"
Maar de verkeersongelukken na 11 september suggereren dat het loslaten van controle nog een veel groter effect kan hebben. Als de regering slechts een gedeelte van het geld dat ze had besteed aan het vergroten van veiligheid op luchthavens, had uitgegeven aan een campagne om de mensen bewust te maken van de risico’s van het reizen per vliegtuig in vergelijking met het reizen per auto, dan zou dit duizenden doden en nog veel meer gewonden hebben gescheeld. Mensen die reizen, hebben geen behoefte aan ingewikkelde waarschijnlijkheidstheorieën of statistieken. Soms kunnen simpele feiten volstaan. Alleen al het feit dat er in de Verenigde Staten in 2002 niet één dodelijk slachtoffer viel bij een vliegtuigongeluk van een commerciële vliegtuigmaatschappij,
terwijl er 43.005 dodelijke slachtoffers vielen bij verkeersongelukken (en nog veel meer gewonden) kan ons gedrag veranderen. Het mooie is dat reizigers die hun vermeende controle opgeven en hun lot in handen leggen van een vliegtuigmaatschappij waarover ze geen enkele controle hebben, hun kansen op een ongeluk verlagen. En zo ontstaat de paradox: wanneer mensen accepteren dat hun eerdere gevoel van controle voornamelijk een illusie was, hebben ze juist meer controle. Deze paradox van controle vormt in feite de kern van dit boek.

Klik hier voor de website van Maven over dit boek

Klik hier voor een (lang) interview op Managementboek.nl met Spyros Makridakis.


Hetzelfde gedachtegoed

Zoals gezegd zijn er de laatste tijd verrassend veel boeken verschenen waarin anderen iets dergelijks zeggen. Met andere voorbeelden, theorieën, verhalen en met een eigen 'toon'. Maar allen betogen op de een of andere manier dat het een illusie is om als mens te denken dat je altijd en overal in control zou kunnen zijn. Integendeel, het gros van dingen die in de samenleving spelen en of die met jezelf te maken hebben gaan langs je heen. Je krijgt er geen grip op. Weet niet dat ze gebeuren. Enzovoorts. Kortom: loslaten, niet te veel piekeren dat je 'iets' mist. Het gros van de tijd gaat het leven zoals het normaal verloopt. En dat is meestal goed.

Wilma de Rek


In het septembernummer van het Filosofie Magazine figureert journaliste Wilma de Rek van De Volkskrant in de rubriek 4 vragen van Kant van Frank Meester. Op de vraag Wat kan ik weten? geeft ze het volgende antwoord:

"Ik herinner me dat ik me daar op een dag realiseerde dat er heel veel is dat ik niet weet, en ook nooit zal weten. Ik zal nooit begrijpen hoe een vliegtuig in lucht blijft of waardoor planten precies groeien. Dat was een vervelende gedachte. Ook als ik mijn hele leven stug door zou lezen, zou ik de meeste boeken nog steeds niet kennen. Er is een onmetelijke brij aan potentieel te weten. Dat besef maakt mensen onzeker. () Wetenschappers zijn specialisten die zich op minieme stukjes werkelijkheid richten. De gewone mens wordt daar gek van. Niemand heeft meer overzicht. Daarom gaan we de wereld versimpelen. We delen bijvoorbeeld de mensen in in goed en slecht, in winnaars en losers. Dat is lekker makkelijk."

Op de vraag Wat moet ik doen?

"Je moet alles willen weten. En je moet tegelijk accepteren dat dat nooit zal lukken. We moeten al zoveel. We leven in een schijnwereld die elke dag opnieuw voorschrijft waaraan we moeten voldoen. We worden genaaid en we naaien zelf lustig mee. Alles is voorgekookt en gemanipuleerd. Dat geldt voor wat we zien op tv, voor wat we lezen in kranten en bladen.  () We zijn voortdurend bezig elkaar aan te praten dat we veel beter zouden kunnen zijn dan we zijn. Het is de ziekte van deze tijd. We creëren onmogelijke ideaalbeelden waaraan niemand kan voldoen en waardoor veel mensen zich een loser voelen. Als je mij vraagt wat je moet doen, dan zou ik zeggen: relativeer die ideaalbeelden. Erken dat je het ook niet allemaal weet. Dat je niet briljant bent. Hoe je dat doet? Ik geloof niet zo in religies, filosofiën of andere dogma's die je voorschrijven hoe je moet leven. Leef het leven maar gewoon en corrigeer jezelf al doende. Ik denk niet dat we moeten proberen onze natuur te onderdrukken, onze begeertes uit te schakelen, onthecht te raken of wat dan ook. Dat zijn allemaal beschermingsmechanismen die je van het leven afhouden. Laat die begeerten en emoties lekker komen. Het leven maakt je zowel heel erg gelukkig als diep treurig, en dat is allebei goed."

En op de vraag Wat mag ik hopen?

"Iedereen hoopt op erkenning. Het liefst een beetje snel en graag ook van zo veel mogelijk mensen. Waar je vroeger genoegen nam met de erkenning door een paar mensen uit je directe omgeving, leven we nu in een maatschappij waarin die erkenning van het hele publieke domein moet komen. Daarom willen mensen op tv. Daarom twitteren ze tot ze erbij neervallen, en misschien plegen ze om die reden ook wel die aanslagen. Veel van wat in onze maatschappij misgaat, is terug te voeren op de gedachte: doe ik er wel toe? Zijn er genoeg mensen die mij zien staan? Ben ik geen loser?
Ik ben natuurlijk net zo'n boerenlul als iedereen. () UIteindelijk bedacht ik dat winnaars vaak de grootste losers zijn, en dat losers die erin slagen hun loserschap te accpteren de echte helden zijn. Het eeuwige streven naar succes en erkenning is bijzonder vermoeiend en vaak helemaal niet leuk."

De reden voor dit gesprek is (waarschijnlijk) de publicatie van haar boek

Allemaal losers : de kunst van het verliezen.

Coen Simon

Filosoof Coen Simon heeft zich in zijn boeken regelmatig uitgesproken over dit onderwerp. Het meest nadrukkelijk in zijn laatste boek (En toen wisten we alles : pleidooi voor oppervlakkigheid, 2011). Klik hier voor een langer artikel over Coen Simon en de lezing die hij op zondag 20 november 2011 in Oss zal verzorgen:

Pleidooi voor oppervlakkigheid


Rolf Dobelli


Deze Zwitserse schrijver houdt een blog bij. Een redacteur van NRC Next ontdekte daarop een (lange) tekst over het belang van nieuws en het lezen van (echte) boeken. Een tekst die de redactie van deze krant dermate aansprak dat ze besloten dit volledige artikel af te drukken in de krant van donderdag 1 september 2011. Een lange tekst (met 5.659 woorden), die prachtig vormgegeven een plek vond op de pagina's 4 t/m 13. Aangevuld met een voorwoord van hoofdredacteur Rob Wijnberg (pagina 3) en een illustratie (op de voorpagina). Ongetwijfeld zal deze editie ooit bekroond worden door mensen die de 'mooiste' krantenpagina's beoordelen.

Het artikel werd gebracht onder de kop Weg met het nieuws. Met als ondertitel: Lees liever een goed boek. Zoals het pleidooi van Rolf Dobelli voor een gezonder nieuwsdieet. De oorspronkelijke titel is Why you should stay away from news.

Een interessant verhaal. Waarin een omstreden visie wordt gepresenteerd. Maar wel een visie die aansluit bij de hierboven genoemde personen en visies . Centraal punt is dat mensen het idee los moeten laten dat ze in control kunnen zijn. Moeten zijn. Zouden moeten zijn.

Rolf Dobelli bepleit dat men minder tijd verspilt aan het tot zich nemen van losse nieuwsfeitjes. Die de hele dag op je afkomen via krant, tv, radio, twitter, Facebook, internet, email enzovoorts. Die immer doorgaande stroom leidt er niet alleen toe dat je geen tijd meer overhoudt voor 'serieuzer' spul (zeg: boeken) maar leidt ook niet tot meer inzicht in hoe de wereld in elkaar zit. Eerder minder. Nieuwsfeitjes vertellen zelden waarom iets is gebeurd. Alleen dat er iets is gebeurd (een ramp, een moord, een beursdaling). Die oneindige rij 'snoepjes' (zoals hij het noemt) werken verslavend, maar hebben als vervelend bij-effect dat je boeken waarin (soms) wél verklaard wordt hoe een deel van de complexe wereld in elkaar zit ongelezen blijven. Je komt er domweg niet aan toe.

Zoals hij het beschrijft is het dwangmatig volgen van nieuws een soort verslaving. En daarvan is het moeilijk afkicken.

Rolf Dobelli en 9/11
Het artikel van Rolf Dobelli bevat 15 stellingen. De derde heeft als kop Nieuws beperkt het inzicht. De terroristische aanslagen van 9/11 leverden veel spectaculaire beelden en verhalen op. U zult ze de komende dagen vaak tegen komen. U wordt bijgepraat over wat er is gebeurd, krijgt alle aanslagen ruimschoots in beeld en wordt geïnformeerd over zaken die sinds 9/11 zijn gebeurd. Of een herhaling van deze beelden an sich veel inzicht bieden in het waarom en hoe van dit onderwerp is echter de vraag. Rolf Dobelli stelt zich op het standpunt dat alleen een boek u meer inzicht zou kunnen bieden. Houdt u dit in het achterhoofd als u onderstaande woorden van Dobelli leest en u zich afvraagt

Who's in control?

Nieuws legt je niets uit. Nieuwsberichten zijn kapotgeslagen luchtbelletjes aan de oppervlakte van een veel diepere wereld. De media zijn trots dat ze de feiten correct brengen, maar die zo geprezen feiten zijn slechts de bijverschijnselen van diepere oorzaken. De media en de nieuwsconsumenten denken dat het kennen van een lange lijst feitjes hetzelfde is als het begrijpen van de wereld.
Niet de 'nieuwsfeiten' doen ertoe, maar de lijnen die de feiten verbinden. Wat we echt willen is het onderliggende proces: begrijpen hoe dingen gebeuren.
Helaas slagen schrikbarend weinig media er in om die oorzakelijke verbanden uit te leggen. De onderliggende processen die bepalend zijn voor veranderingen in de maatschappij, de politiek of het milieu spelen zich grotendeels buiten ons blikveld af. Ze zijn ingewikkeld, niet-lineair en lastig te verhapstukken voor onze hersenen (en die van journalisten).
Waarom mikken media op lichtvoetigheid? Op de anekdotes, de schandalen, de human interest en de plaatjes? Het antwoord is simpe": die verhalen zijn goedkoop te produceren.
De echt belangrijke verhalen zijn non-verhalen: langzame, krachtige bewegingen die zich ontwikkelen buiten de radar van de journalist, maar met een veranderend effect.
De meeste mensen geloven dat meer informatie leidt tot betere beslissingen. De media ondersteunen dat geloof. Ja, dûh! Dat is in hun belang. Helpt het ophopen van feitjes je om de wereld te begrijpen? Jammer genoeg niet. Juist het omgekeerde: hoe meer 'new factoids' je verwerkt, hoe minder je snapt van het grote verhaal.

() Het beste is: jezelf compleet afsluiten van je dagelijkse portie nieuws. Lees boeken. Lees serieuze tijdschriften. Schrok niet langer spetterende koppen op.


Enkele boeksuggesties (om de wereld en 9/11 beter te kunnen plaatsen)
Dominique Moïsi. De geopolitiek van emotie : hoe culturen van angst, vernedering en hoop de wereld veranderen (2009)

Parag Khanna. De wereld draaiend houden : nieuwe diplomatie voor instabiele tijden (2011)

Joris Voorhoeve. Negen plagen tegelijk : hoe overleven we de toekomst? (2011)

Geert Noels. Econoshock : hoe zes economische schokken uw leven fundamenteel zullen veranderen (2008)

Guus Kuijer. Draaikonten & haatblaffers : over de moeizame geboorte van de tolerantiegedachte (2011)

Elias Canetti. Massa en macht (1960)

Niall Ferguson. Beschaving : het Westen en de rest (2011)

Kanovaarder als metafoor


Een kanovaarder kun je als metafoor zien voor de manier waarop we omgaan met onze complexe werkelijkheid.


Who's in control?
Het jaarthema van BasisBibliotheek Maasland - Who's in control?  - heeft veel aspecten. Het draait om de vraag wie er in control is. Of er iemand in control moet zijn? Kan zijn? Wil zijn? Een persoon? Een instantie? Een instelling? Een autoriteit? En moet die persoon of instelling wel in control
zijn? En als iemand in control is - of zou zijn - wat moet die dan controleren? Willen we dat dan? Luisteren we naar die autoriteit? Of gooien we - ietwat plastisch gezegd - de kont tegen de krib? Allemaal vragen waarop niet zo eenvoudig een antwoord valt te geven. Een antwoord dat voor iedereen, in alle situaties en voor de komende jaren opgaat. Waarschijnlijk is dat eenduidige antwoord niet te geven. De belangrijkste reden is dat onze samenleving té complex is (geworden).

Kanovaarder als metafoor voor de mens in een complexe samenleving
De kanovaarder die moeite moet doen om in woelig water overeind te blijven kun je zien als metafoor voor de mens die in een complexe samenleving probeert te functioneren. Op een bepaalde manier kun je die kanovaarder ook zien als een 'instelling' die in diezelfde complexe maatschappij overeind moet zien te blijven. Dat valt niet mee. Tot slot heeft onze kanovaarder ook iets te maken met 'de wetenschap' die doorlopend nieuwe inzichten en toepassingen op de wereld afvuurt.
Het beeld van de kanovaarder is afkomstig uit een onverwachte, niet-poëtische wereld, de WRR. Maar het is wel een krachtig beeld.



Will Tiemeijer
In het voorjaar van 2011 verscheen in opdracht van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (de WRR) het boekje Hoe mensen keuzes maken : de psychologie van het beslissen. Een dun boekje (130 pagina's), bedoeld voor mensen die beleid maken (voor regeringen, bedrijven en instellingen). Om hen bij te praten over onderzoek dat de laatste twintig jaar gedaan is op het terrein van hersenen en menselijk gedrag. In zijn voorwoord zegt de schrijver Will Tiemeijer -  niet zomaar:

Wie zijn opleiding genoot in de vorige eeuw doet er verstandig aan zich bij te scholen.
Er is de laatste twintig jaar in de gedragswetenschap veel veranderd.

In een viertal hoofdstukken bespreekt hij ons brein: het 'irrationele', het automatische, het willoze en het sociale. En doet in het slothoofdstuk aanbevelingen voor beleidsmakers hoe om te gaan met de inzichten die de gedragswetenschap de laatste decennia heeft opgeleverd. Kort samengevat: mensen zijn (meestal) geen rationele wezens en nemen met name over 'grote' zaken impulsieve beslissingen (die vaak in gaan tegen hun eigen belang).

Het onbewuste en bewustzijn
Een globale conclusie van recent onderzoek naar de werking van onze hersenen en ons gedrag is dat we als mens heel vaak onbewust iets doen. Keuzes maken. Handelen. Gedrag vertonen. En (slechts?) heel af en toe nemen we bewust een beslissing. Er zijn zelfs hersenwetenschappers die een stapje verder gaan. Zij ontkennen dat ons bewustzijn een beslissing neemt. In hun visie produceert ons onbewuste een bewustzijn. Een bewustzijn dat denkt een beslissing te nemen, maar het is in de ogen van deze onderzoekers een illusie. Ons onbewuste is slim. Zo slim dat het ons die illusie voorspiegelt en ons in de waan laat dat wij aan het roer van onszelf staan.

Will Tiemeijer neemt een genuanceerd standpunt in. Hij is (nog) niet overtuigd of bovenstaande zinnen dé waarheid zijn of bevatten. Hij geeft alleen door dat deze hypotheses leven en onderzocht worden. Maar er is inmiddels voldoende bewijsmateriaal om na te denken over de manier waarop mensen een beslissing nemen.

Will Tiemeijer heeft een prachtig, inzichtelijk boekje geschreven. Een boekje dat heel veel wetenschappelijk onderzoek als het ware samenvat. Meer dan samenvatten; hij schat bepaalde inzichten op waarde en geeft regelmatig aan dat er (nog) losse eindjes zijn. Ergens aan het eind trekt hij enkele conclusies. En zet hij het beeld van de kanovaarder neer. Een sterk beeld dat veel woorden overbodig maakt.

De kanovaarder: hét citaat
Vanouds zie we de mens graag als de autonome auteur van zijn leven. Bij elke keuze waarvoor hij zich gesteld ziet bepaalt hij kalm en weloverwogen welke richting hij zal inslaan. Dat is een mooi en geruststellend beeld. Helaas klopt het maar ten dele. Vaak blijken we juist heteronoom, dat wil zeggen, is ons gedrag de resultante van factoren in onze omgeving. De mens is als een kanovaarder. Hij wordt meegevoerd op een contrinue stroom van stimuli in zijn fysieke en sociale omgeving, die vaak onbewust zijn gedrag beïnvloeden. Natuurlijk is het wel mogelijk om de koers enigermate bij te sturen, zeker voor de geoefender kanovaarder, maar de mogelijkheden daartoe zijn begrensd. Hoe groter de vermoeidheid, hoe meer de loop van het water bepaalt waar hij uitkomt. (pagina 91)

Hé?
Lees bovenstaande zinnen nog maar eens rustig na, en realiseer uzelf dat dit geen onzin (meer) is. Uit talloos veel onderzoek naar de werking van onze hersenen (en gedrag) is vast komen te staan dat het inderdaad zo is. Een mens moet met zoveel stimuli omgaan dat het onmogelijk is om daar continue bewust mee om te gaan. Ons onbewuste handelt het gros op de achtergrond af. Gelukkig maar.

Een voorbeeld om uit te leggen dat ons onbewuste erg krachtig is door te denken aan de moeite die het kost om een goed voornemen daadwerkelijk te gaan uit- of doorvoeren. Minder snoepen, stoppen met roken, meer sporten of vaker een wandelingetje na het avondeten maken. Het probleem is dat u dit wél bewust kunt besluiten, maar dat het alleen slaagt als het in uw (onbewuste) dagelijkse ritme kunt opnemen. Maar dat onbewuste heeft zo zijn eigen (in jaren opgebouwde) ritme en staat niet te springen om iets nieuws. Het omgekeerde van een goed voornemen is een verslaving. Dat is een vervelend 'ritme' in uw onbewuste. En er is niets zo vervelend voor een onbewuste als iets los te laten. K
lik hier voor een artikel waarin dit uitstelgedrag nader wordt toegelicht.

De individuele mens als kanovaarder
Het beeld is zo krachtig omdat een mens in een complexe samenleving alleen kan overleven door in de meeste gevallen mee te bewegen op de woeste baren. Slechts nu en dan moet bijgestuurd worden. Niet te veel of te vaak want de krachten die je daarmee 'verspilt' kun je later niet meer 'gebruiken' als zich een ander onvoorzien probleem zich aandient.




'Instanties' als kanovaarder
Om deze metafoor te kunnen 'pakken' dient u de golven van het eerste plaatje weg te denken en een andere golf voor ogen te nemen. Die van Hokusai. Kunst uit de 19e eeuw. Toen deze Japanse kunstenaar een icoon maakte. De grote golf van Kanagawa. Een gigantische golf. Zo'n golf staat symbool voor de crises (meervoud) van onze jaren. Waarin iedereen te maken zal krijgen met de gevolgen van een veranderend klimaat, grondstoffen die schaarser worden, energie die opraakt, economische problemen, vergrijzing en immigratie. Onderwerpen die allemaal met elkaar samenhangen. Oud-politicus en minister Joris Voorhoeve noemt het in zijn recente boek de Negen plagen tegelijk.

Hoe dan ook: die golf van Hokusai is gigantisch en dat kleine bootje (amper zichtbaar) staat volstrekt machteloos tegen dit natuurgeweld. Het bootje is té klein. Evenals onze regering. Een bedrijf. Een instelling. De omvang van het bootje moet groter worden. Er zal meer samengewerkt moeten worden om tegenwicht te kunnen bieden. Moraal van dit beeld: de kano moet ingeruild worden voor een groter schip. Een ander (economisch) model? Een gemeenschap van Europese landen? Een regering die het vertrouwen heeft van het grootste deel van de bevolking? Een Titanic? 

De wetenschap en de kanovaarder
De wetenschap heeft de vervelende én fijne eigenschap dat ze maar doorgaat met nieuwe dingen ontdekken. Ontdekkingen die leiden tot nieuwe inzichten, produkten en diensten. Het tempo neemt almaar toe. Dat heeft met vele zaken te maken, maar de drie belangrijkste zijn dat alle wetenschappers (dankzij de ict-revolutie) met elkaar in contact staan (en elkaar daardoor bevruchten), de toename van het aantal wetenschappers én het feit dat nu ook in voormalige derde wereldlanden de bright young men and women mee doen aan het wetenschappelijke discours. Dit leidt er ongetwijfeld toe dat het aantal nieuwe ontdekkingen en daarvan afgeleide zaken nog sneller zal toenemen als in de laatste decennia.

Daardoor zullen zonder enige twijfel dilemma's op ons afkomen. Wetenschappers komen op gebieden die vragen gaan opleveren: morele, ethische, juridische en praktische.
Die vloedgolf lijkt op de golf van Hokusai. Een kanovaarder (de individuele mens) is volstrekt kansloos. Hij of zij kan deze stoomtrein niet tegenhouden. Instanties als regeringen, bedrijven of instellingen feitelijk ook niet. Er moet op de een of andere manier 'iets' opkomen dat in staat is de komst van 'bedreigende' aps te begeleiden. Denk aan een quantum-computer waardoor iedereen straks in een oorknopje een vertaalcomputer heeft waardoor je met iedereen van over de hele wereld zonder tolk kunt communiceren. Nano-technologen die aps maken die in ons lichaam álles gaan monitoren, preventief repareren of bijsturen. ICT-technieken die alles maar dan ook alles aan elkaar zullen koppelen, waardoor alles gevolgd kan worden en privacy tot het verleden behoort. De komst van robots die menselijke handelingen gaan verrichten. Mensen die levende cellen kunnen maken en vermenigvuldigen. Enzovoorts.



Fatalistisch? Laconiek?Het beeld dat Will Tiemeijer van de kanovaarder op de woelige golven neerzet heeft is redelijk laconiek. De beste optie is in zijn optiek om je als mens over te geven aan het wilde water en met je peddel slechts af en toe bij te sturen. Als het nodig is. Niet té veel peddelen, want dat gaat ten koste van de kracht die je nodig hebt als zich onverwacht een golf aandient die wel jouw ingrijpen vereist.

Loslaten dus. Niet alles willen controleren. Meestal komt het goed. Gaat het goed.