vrijdag 24 mei 2013

How high can you fly?

Waarom onderhoudt een bibliothecaris een blog?
In augustus 2011 gaf een collega in de bibliotheek van Oss aan dat mijn 'verhalen' rondom lezingen die ik in de jaren daarvoor had georganiseerd 'eigenlijk' niet goed pasten op de website van BasisBibliotheek Maasland. Ruim anderhalf jaar later is die website omgebouwd naar een nieuwe (omdat door een fusie met Uden een nieuwe naam én website nodig zijn). Jan had gelijk. Dit soort artikelen zijn een vreemde eend op zo'n algemene website. Daar staat alle informatie over uitleenvoorwaarden, mogelijkheden van 'de bieb', tarieven, activiteiten enzovoorts. Voor achtergrond over 'zaken' die we als bibliotheek aanpakken kan beter uitgeweken worden naar een blog.

Meerdere blogs
Whosincontrol was niet mijn eerste blog. Maar wel het meest serieuze tot dan toe. Ergens verdwaald staat nog een soort cursusopdracht (Ontnuchteringsjaren). Een ander - en inmiddels beëindigd - experiment was Filmpjes NOBB. Ingehaald door de tijd. En tijdgebrek. Het is onmogelijk om meerdere blogs op een goede manier in de lucht te houden. Dat wil zeggen: regelmatig artikelen toevoegen. In de zomer van 2012 kwam het blog van, voor en over de Lezers van Stavast. Eind 2012 werd rondom een project Voor ik dood ga, wil ik in de lucht gebracht. En er zijn ideeën voor andere.

Lezen én schrijven
Aan het begin van 2013 is voor mij steeds duidelijker geworden dat een blog onderhouden voor een bibliothecaris, of iemand anders in een creatief beroep, erg belangrijk is. Het is niet alleen belangrijk dat je veel en breed leest, maar nog belangrijker is om het gelezen 'spul' onder woorden te brengen. Regelmatig. Er moet een plek zijn die je als het ware aanstaart en verwacht dat je nieuwe artikelen toevoegt. Dat kan ook in een schriftje. Dat thuis ligt ("Lief dagboek"), maar een blog is toch beter.
In the connected age reading and writing remain the two skills that are most likely to pay off with exponential results.
De Openbare Bibliotheek verandert
Die waarheid als een koe is niet iets van de laatste jaren. Nee, sinds ik in 1980 in de Osse bibliotheek begon is er geen jaar hetzelfde geweest. Jaar na jaar dien(d)en zich nieuwe ontwikkelingen aan. Wel gaan de vernieuwingen de laatste tien tot vijftien jaar steeds sneller. Sinds enkele jaren is het amper bij te houden. Een bibliotheek zit niet alleen midden in een samenleving die aan het veranderen is, maar maakt ook deel uit van de mediawereld die nog meer op haar benen staat te schudden.
Welcome to the connection economy
Een nieuwe rol voor de bibliotheek, de bibliothecaris
Terugkijkend is het circa tien jaar geleden begonnen. Op zoek naar een nieuwe rol. Een andere taak. Alhoewel het de eerste jaren absoluut niet duidelijk was dat ik naar die rol op zoek waren. Integendeel. In die eerste jaren deden we maar 'wat'. Op basis van gevoel, vermoedens, instinct. Maar vooral omdat het leuk was om te doen. Achterliggende gedachte was (en is): als je zelf iets leuk vindt, dan zullen er ongetwijfeld anderen binnen je werkgebied zijn die dat kunnen plaatsen en appreciëren. En zorg - nog een les - dat er een team is, waardoor er uiteenlopende 'dingen' worden bedacht en uitgevoerd.

Het beginpunt (1)
Elke activiteit die een creatief iemand onderneemt begint met kennis nemen van 'iets' dat afwijkt van wat je tot dan toe kende. Het kan een uitspraak zijn van een persoon, een ding, een liedje, een film, een interview in een krant, een quote uit een gesprek, de laatste tijd TED enzovoorts. Inspiratie komt altijd onverwacht. Je kunt er niet voor gaan zitten. Het ontstaat níet tijdens een brainstormsessie. .No way! 'Iets' nieuws beginnen begint altijd door iets uit de realiteit. Dat je wel - en dat is het creatieve aspect - oppikt. Om er vervolgens zelf iets mee te gaan doen. Creativiteit is níet dat je op de website van een andere bibliotheek gaat kijken om te zien wat ze daar zoal organiseren en dat te gaan copy - pasten.
We’ve had these doors open wide for only a decade or so, and most people have been brainwashed into believing that their job is to copyedit the world, not to design it.
Het beginpunt (2)
Dat kan achteraf exact getraceerd worden. Het was op een zondag in 2004. Een schrikkeldag. Die 29e februari vierden we in de Osse bibliotheek dat we (al weer) 16 jaar cd's uitleenden. Waren die zondag open en hadden van alles georganiseerd. Voor de zekerheid thuis de videorecorder (!) ingesteld om 's avonds een Tegenlicht uitzending op te nemen. Voor alle zekerheid, want een jonge, volstrekt onbekende filosoof zou de hoofdgast zijn.
Pas dagen later die uitzending bekeken. En minstens tien keer herhaald. Zijn verhaal was de reden om in november van dat jaar met een reeks lezingen op de zondagmiddag te beginnen. In de Groene Engel in Oss. Op de derde zondag van de maand. Van twee tot vier. Van oktober tot april. Uiteenlopende sprekers over een gemeenschappelijk thema, onderwerp.
De eerste bijeenkomst was een absoluut succes. Qua bezoekers en timing. Twee weken na de moord op Theo van Gogh en brandstichting in basisschool Bedir in het nabijgelegen Uden sprak filosoof Ad Verbrugge over Bevangen in vrijheid in een tijd van onbehagen.

Het beginpunt (3)
Het eerste seizoen had als thema Waarom IK een probleem werd voor ONS. Die formule beviel wel. Bij publiek en onszelf. Zet jaarlijks een breed onderwerp centraal en laat dit vanuit verschillende kanten door uiteenlopende min of meer bekende mensen belichten. In de eerste jaren was het Brabants Dagblad zo aardig én slim om van tevoren met de sprekers een interview te houden.
In de eerste jaren (seizoenen) stond dit thema los van andere activiteiten die de bibliotheek natuurlijk ook organiseerde. Pas in het vijfde sezoen (2008-2009 - De latten verleggen) werd het thema breder over alle vestigingen van de bibliotheek uitgerold. Voor andere doelgroepen en met andere vormen (bijvoorbeeld een tentoonstelling, een quiz, een agenda maken). Inmiddels zitten we in mei 2013 aan het eind van het negende seizoen -> Echte waarde(n).

Who's in control?
DIT blog ontstond toen het jaarthema van het seizoen 2011-2012 opkwam, Who's in control?
Feitelijk is dat door de jaren heen hét centrale thema geweest, en - surprise! - zal dat nog jaren blijven. Wie is er in controle? Wie heeft het voor het zeggen? In de samenleving. In zijn eigen leven? In je eigen hoofd? Wie bepaalt welke kant we op gaan? Zouden moeten gaan? Kunnen gaan?
Vragen, vragen waar geen antwoorden voor zijn. Nee? Of toch? De rest van dit artikel zal gaan over mensen die een mogelijk antwoord hebben. En dat antwoord heeft ook te maken met de richting die de bibliotheek of de bibliothecaris in die snel veranderende (media)wereld in zou moeten slaan.

Maar eerst - in wat voor soort samenleving zijn we beland?
Dat is nogal een vraag! Waarover veel gezegd kan worden. Gezegd en geschreven wordt. Met onze Lezers van Stavast lezen we dit seizoen circa veertig boeken over dit brede onderwerp. Elke Lezer van Stavast maakt een keuze uit een groslijst van ruim 160 titels. Eén keer per maand komen we samen om onze leesstof te delen. Elkaar te informeren, bij te praten. Ook om elkaar te steunen in die zelfopgelegde opdracht om veertig weken lang een boek per week te lezen met 'pittige' inhoud.

Een andere samenleving is emerging
Om te beginnen leven we in een tijd van crises (= meervoud van crisis). Oprakende grondstoffen, een veranderend klimaat, overbevolking, wantrouwen in politici, financiële en economische problemen enzovoorts. Daarnaast neemt de snelheid waarmee dé wetenschap en de daaraan gelinkte technologie nieuwe inzichten en daarvan afgeleide 'dingen' produceren almaar toe. Waardoor 'de mens' als het ware doorlopend overstelpt wordt met nieuwe 'dingen'. Verder loopt een systeem dat eeuwenlang redelijk heeft gefunctioneerd op zijn end: de industriële samenleving. Waarin mensen een baan en een baas voor het leven hadden. We zitten in het begin van een tijdperk waarin deze zekerheid voor de meeste mensen niet meer zal bestaan of terugkeren. Integendeel, door technologische ontwikkelingen zal binnen enkele decennia veel werk overgenomen worden door robots. Oud-minister én VVD-er Joris Voorhoeve had het enkele jaren geleden over negen plagen. En een andere oud-politicus - Al Gore - heeft het in zijn nieuwste boek over six drivers of global change.

The connection economy - het verhaal van de vos en de omheining
Iemand die een vos wil vangen zou als volgt te werk kunnen gaan. Bouw op een plek waar de vos zich ophoudt een muur. En leg er een stuk aas bij. De vos zal de eerste dagen wegblijven. Hij ruikt de mens, maar na enige dagen went hij er aan en verorbert het stuk vlees. Na een week bouwt de vossenvanger een tweede muur haaks op de tweede en legt weer aas neer. Het procedé herhaalt zich. Waarop er in de derde week nog een muur wordt opgetrokken met een valdeur. Als de vos na enige tijd van gewenning het derde stuk aas gaat halen klapt het luik dicht. Trapped. Gevangen.

Niet langer braaf luisteren
Dit verhaal gaat op een bepaalde manier op voor iedereen die in  'de industriële' samenleving heeft gewerkt of werkt. Daarbinnen was de afspraak dat je braaf naar school ging, een vak leerde, een baas zocht en daar rustig tot je pensioen bleef hangen. Met het loon dat je daar verdiende kon je dingen kopen. Een relaxt leven. De afspraak was wel dat je jezelf binnen die afspraken gedroeg. Iedereen was binnen dat systeem als die vos. Gevangen, alhoewel er feitelijk geen muren zijn. Maar wel sociale druk om binnen de kaders te blijven. Luisteren naar je baas. Geen dingen doen die niet konden. Niet als een Icarus té hoog vliegen.
For us, though, the situation is even more poignant than it is for the fox. As the industrial age has faded away and been replaced by the connection economy – the wide-open reality of our new economic revolution – the fence has been dismantled. It’s gone.
But most of us have no idea that we’re no longer fenced in. We’ve been so thoroughly brainwashed and intimidated and socialized that we stay huddled together, waiting for instructions, when we have the first, best, and once-in-a-lifetime chance to do something extraordinary instead.

Icarus en zijn vader
Het verhaal van de vos en de werknemers binnen het aloude industriële systeem kan op een andere manier geïllustreerd worden met het verhaal van Icarus. Die met zelfgemaakte vleugels kon vliegen. Maar vergat dat was smelt als je té dicht bij de zon komt. In dat verhaal zit echter ook nog een vader. Daedalus. Die als vakman die vleugels kon maken. Om samen met zijn zoon van een eiland via de lucht te ontsnappen. Die vader, Daedalus, gaf zijn zoon twee waarschuwingen mee. Vlieg niet té dicht bij de zon. Wat Icarus in zijn jeugdige overmoed én door het bedwelmende gevoel dat hij kon vliegen prompt vergat. En in zee verdronk. De tweede waarschuwing speelde bij hem niet, maar wél bij iedereen die als het ware geconditioneerd is in de industriële samenleving: vlieg niet te laag boven de zee. Want dan krijg je onvoldoende stijgvermogen en zal de zee je naar beneden trekken.
Binnen onze op z'n eind lopende industriële maatschappij was het adagium meestal om niet op te vallen, té hoog te vliegen. Maar vooral om je aan te passen, te doen wat de baas opdroeg enzovoorts. We gaan echter een tijd in waarin het juist wél belangrijk zal worden of zijn om hoog te (gaan) vliegen.
It’s far more dangerous to fly too low than too high, because it feels safe to fly low. We settle for low expectations and small dreams and guarantee ourselves less than we are capable of. By flying too low, we shortchange not only ourselves but also those who depend on us or might benefit from our work. We’re so obsessed about the risk of shining brightly that we’ve traded in everything that matters to avoid it.
Een kunstenaar
In de 21e eeuw zullen we - of we het nu leuk vinden of niet - onze comfort zone kwijtraken. Of meer accuraat geformuleerd: die bestaat niet meer. Dé baan voor het leven. Hét beroep waar je een leven mee vooruit kon. Dé zekerheid dat je na een (jarenlang durende) opleiding een baan zou vinden. Voorbij, voorgoed voorbij. Uiteraard zijn er bedrijven en bazen die dat een goede ontwikkeling vinden, want dan kun je werknemers tegen elkaar uitspelen en de salarissen laag houden. Maar waarschijnlijk is deze trend - los van dat 20e eeuwse rendementsdenken - niet te keren. Alhoewel we wél de wijze woorden van Tony Judt in onze oren moeten knopen. Hij waarschuwde ons op zijn doodsbed voor een samenleving die weer 19e eeuwse trekken zou kunnen gaan krijgen. Hij doelde op de tijd waarin velen geen rechten hadden, er een zeer kleine bovenlaag was die ontzettend rijk was en als je voor een dubbeltje geboren was kom je jezelf onmogelijk opwerken (boek: Het land is moe).

De connected era
We leven sinds een jaar of tien/vijftien niet alleen in een geglobaliseerde wereld, maar vooral in een connected world. Een miljard, twee miljard redelijk welvarende mensen zijn op de wereld via het net met elkaar verbonden. En binnenkort zijn het er drie miljard en als Afrika mee gaat doen - en daar ziet het wel naar uit - nog veel meer.

The floating world
De Singalese diplomaat, wetenschapper en 'hoopgever' Kishore Mahbubani zet in zijn nieuwste boek (The great convergence : Asia, the West, and the logic of one world) een prachtig beeld neer. In de 20e eeuw en daarvoor waren landen als bootjes. In allerlei soorten en maten. Die op de wereldzeeën rondvoeren. Af en toe met elkaar in een vloot optrokken; soms elkaar bestreden. In de 21e eeuw moet je die landen volgens Kishore Mahbubani (proef die naam eens, spreek hem hard uit) zien als containers. Op een groot containerschip. Moraal: de tijd dat landen hun eigen beleid en koers konden bepalen is voorbij. Landen zullen of ze het nu leuk vinden of niet samen moeten beraadslagen over de koers. Op weg naar een wereldregering! En alle kapiteins van evenzovele container zullen hun 'hok' moeten verlaten en samen gaan overleggen over de koers van dat grote (éne) schip.
Een beeld dat aansluit bij het pleidooi van geoloog Peter Westbroek om eindelijk te (gaan) snappen dat de mens voortkomt uit de aarde, er onlosmakelijk mee verbonden is, er zeker niet boven staat en dat als we onze levensstijl we niet aanpassen de aarde 'best' zonder ons verder kan en zal leven.

Samen, connected maar toch uniek
Landen én mensen zijn aan elkaar vastgeklonken. Individuen kunnen zich alleen onderscheiden door iets wat hen uniek maakt. Een land kan niet langer vertrouwen op het maken van producten of diensten die andere landen goedkoper ook kunnen maken. Je dient je als land én als individu continue te blijven onderscheiden. Maak dingen, creëer iets, verzin zaken die nog niet bestonden. Noem het om een vreemd woord te gebruiken: kunst.
In de connected age zal iedereen doorlopend kunst moeten maken. Individuen en bedrijven, organisaties, instellingen. Je kunt in die 21e eeuw niet lang op je lauweren rusten. Doorlopend zullen er nieuwe 'dingen' bedacht moeten worden. Maar het allerbelangrijkste in die 21e eeuw zal zijn dat je mensen verbindt. Het heet niet voor niets the connected era.

Resilience - veerkracht (doorzettingsvermogen)
Dat vergt van ons allen veel veerkracht. En hoop en vertrouwen dat 'het' in the end goed zal komen. Toevallig - nou ja, toevallig - publiceerde de Zwitsers-Engelse filosoof Alain de Botton in februari Ten virtues voor the modern age. Tien waarden die er volgens hem in deze eeuw toe doen. Het is een keuze. Hij had ook andere waarden naar voren kunnen halen, maar koos déze tien:
1, Resilience = Veerkracht (doorgaan! ook als het tegenzit)
2. Empathy = Empathie
3. Patience = Geduld
4. Sacrifice = Opofferen (het vermogen om jezelf te kunnen opofferen, voor een ander, iets)
5. Politeness = Beleefdheid
6. Humour = Humor
7. Self-awareness = Ken jezelf, broeder (weet hoe je zelf in elkaar zit)
8. Forgiveness = Vergeving (het vermogen om te kunnen vergeven)
9. Hope = Hoop
10. Confidence = Vertrouwen (geloof)

Klik hier voor een ander artikel over deze waarden

Who's in control?
In dit artikel staan enkele Engelse citaten. Afkomstig van Seth Godin, de Amerikaanse enterpreneur en 'marketing-goeroe'. Uit zijn boek The Icarus deception : how high will you fly (verschenen op Oudjaar 2012). Een boek waar (voorlopig) (na navraag bij uitgever LeV) geen Nederlandse vertaling van zal verschijnen. Seth Godin heeft een typische schrijfstijl. Erg gecondenseerd. Weinig overbodige woorden. Korte zinnen. Veel witregels. En bijna altijd een kort artikeltje. Logisch, want de boeken van hem komen voort uit de dagelijkse mini-blogs die hij de wereld in slingert. Gratis. Vaak inspirerend. Hij herhaalt zich wel eens - qua onderwerp - maar je merkt aan hem dat zijn denken nooit stilstaat. Als je hem dagelijks volgt loop je als het ware met een highly creatief mens mee. Die lang voordat anderen 'iets' zien er al over geschreven heeft.

In bijna alle teksten van hem gaat het over de vraag hoe je als mens in deze onzekere tijden kunt opstellen. Zijn basis attitude is dat je in onze connected age mee moet bewegen. Dat het geen zin heeft vast te houden aan oude waarheden. En ga vooral uit van je eigen sterke punten, 'dingen' waar je iets mee hebt, waar je zonder (zachte of harde) aandrang graag mee bezig bent. Seth Godin sluit op zijn manier aan bij sir Ken Robinson, die op een andere manier hetzelfde beweert. Creatief zijn heeft te maken met het proces waarin originele ideeën boven komen drijven, díe (dat wel) waarde hebben. Er toe doen. Seth Godin gelooft als optimistisch man dat iedereen op zijn of haar manier creatief kan en zal zijn of worden. Die gedachte is hoopgevend, maar aan de andere kant zitten momenteel toch wel erg veel mensen nog opgesloten in een systeem waarin ze niet creatief (kunnen) zijn. Niemand zit op hun bijdrage te wachten. Of ze gaan er van uit dat hun bijdrage er niet toe doet. En blijven onder de radar. Niet opvallen. Doe maar gewoon, dan ...

Maar we zitten wellicht aan de vooravond van een tijd waarin veel (betaald) werk overbodig zal worden. Overgenomen door robots, slimme apparaten, ict-toepassingen. Een tijd waarin het relevante werk gedaan kan worden door gemiddeld drie uur per dag te werken. Inderdaad, een tijd die meneer Keynes al in 1930 voorspelde. En onlangs door vader en zoon Skidelsky als het ware als een vergeten vergezicht teruggehaald naar de 21e eeuw. In hun boek Hoeveel is genoeg? vragen ze zich af waarom de meesten van ons nog steeds zo veel werken, terwijl dat niet langer meer nodig is. We zouden met veel minder werk ook in al onze behoeften kunnen voorzien, maar we willen steeds meer. Of we het zelf willen of dat we daartoe worden aangemoedigd (reclame? marketing? spin? frame? manipulatie? propaganda? hype?) doet er niet zo veel toe. We rennen allemaal op onze eigen manier achter die verlangens aan. Die we alleen kunnen bevredigen met geld dat we verdienen boven die drie uur per dag. Who's in control?

(vrijdag 24 mei 2013)
Hans van Duijnhoven

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen